Skip to content

Herziening van het beslag- en executierecht

In gesprek met Credit Manager Tisjani Chatouani

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Het beslag- en executierecht is het sluitstuk van de gerechtelijke afhandeling van geschillen. Het maakt het mogelijk om een gerechtelijke beslissing gedwongen ten uitvoer te laten leggen wanneer de schuldenaar hier niet vrijwillig aan voldoet. Met ingang van 1 oktober 2020 is het beslag- en executierecht herzien. Deze wetswijziging dient onder andere te voorkomen dat mensen met schulden onder het bestaansminimum terechtkomen en treedt gefaseerd in werking. In deze blog leest u welke wijzigingen de fases met zich meebrengen.

Fase 1

Met ingang van 1 oktober 2020 is een wetswijziging doorgevoerd die voorkomt dat beslaglegging op roerende zaken uitsluitend wordt ingezet als pressiemiddel om de schuldenaar te laten betalen. In beginsel kan een schuldeiser hierdoor geen beslag meer leggen op roerende zaken, zoals de inboedel, wanneer redelijkerwijs voorzienbaar is dat de opbrengst van de verkoop lager zal zijn dan de kosten van de beslaglegging (art. 441 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). De schuldenaar mag door het beslag en de executie niet op onevenredig zware wijze in zijn belangen worden getroffen. De kosten die gepaard gaan met de verkoop van deze zaken zijn vaak hoger dan de opbrengst. Omdat de kosten voor rekening van de schuldenaar komen, leidt dit tot een onnodige verhoging van de schuldenlast. Daarnaast is de lijst met zaken waarop geen beslag mag worden gelegd uitgebreid met zaken die iemand nodig heeft voor de persoonlijke verzorging en de algemene dagelijkse levensbehoeften.

Fase 2

De welbekende beslagvrije voet zorgt ervoor dat een schuldeiser niet op het volledige inkomen van de schuldenaar beslag kan leggen. Een schuldenaar ontvangt dus altijd een deel van het loon of de uitkering zodat hij in zijn levensonderhoud kan voorzien. Met ingang van 1 januari 2021 wordt nu ook bij het leggen van beslag op een bankrekening een beslagvrij bedrag gehanteerd. Met andere woorden: er moet een bepaald saldo overblijven op de bankrekening van de schuldenaar. Het doel hiervan is om te voorkomen dat een schuldenaar door het beslag niet meer in zijn bestaansminimum kan voorzien. Het gaat om een bepaald bedrag, afhankelijk van de leefsituatie, dat gedurende een maand dient te worden vrijgehouden en geldt voor alle natuurlijke personen (art. 475a lid 4 Rv).

Alleenstaanden€ 1.486,37
Alleenstaande ouders€ 1.623,45
Gehuwd stel zonder kind(eren)€ 1.956,90
Gehuwd stel met kind(eren)€ 2.093,48

Fase 3

De beslaglegging en de daaruit voortvloeiende executie moeten zo effectief en efficiënt mogelijk plaatsvinden. Daarom wordt m.i.v. 1 april 2021 o.a. de mogelijkheid om administratief beslag op motorrijtuigen te leggen ingevoerd. Hierdoor wordt het veel eenvoudiger om beslag op een voertuig te leggen. Zoals het nu geregeld is, moet het voertuig fysiek worden waargenomen door de deurwaarder voordat hij er beslag op kan leggen. Dat is vrij omslachtig omdat de deurwaarder zich ter plekke zal moeten begeven, hetgeen veel tijd en geld kost. Binnenkort zal de deurwaarder echter bij het RDW kunnen controleren of een schuldenaar een voortuig op zijn naam geregistreerd heeft staan. Als dat het geval is, dan kan de deurwaarder daarna eenvoudig beslag leggen op dat voertuig. De debiteur in kwestie kan na beslag het beslagen voertuig niet meer op naam van iemand anders zetten. Dit maakt het moeilijker voor een schuldenaar om zijn auto te verkopen en aan verhaal te onttrekken. De koper kan namelijk inzien dat er reeds beslag is gelegd op de auto.

Gevolgen van de wijzigingen voor schuldeisers

Voor schuldeisers met een vordering(en) op een natuurlijke persoon zullen de bovenstaande wijzigingen aanzienlijke gevolgen hebben. Naar verwachting zullen de wijzigingen in fase twee de grootste impact hebben. Als gevolg van het invoeren van de beslagvrije voet wordt immers de kans dat er weinig of niets te halen valt bij het leggen van beslag op een bankrekening aanzienlijk groter.

De wijzigingen in fase één zullen weinig of geen gevolgen hebben. In de praktijk is beslaglegging op roerende zaken namelijk al minder gangbaar en niet zo succesvol. Ook is beslaglegging op de inboedel een laatste ressort waar niet vaak gebruik van wordt gemaakt. Een positief punt is wél dat beslag op voertuigen makkelijker wordt en de verkoop van een reeds in beslag genomen voertuig moeilijker.

Vragen?

Heeft u vragen over de herziening van het beslag- en executierecht of andere juridische aspecten van credit management? Schroom dan niet om contact op te nemen met Team Legal van TKB via 020-6200666.

TKB magazine

MEER CASES EN KLANTERVARINGEN TERUGLEZEN?

Download ons 30 jaar jubileum magazine

Incasso dossier indienen? Lees hier wat u kan doen